
Foto: Erik Karits via Pexels.
Een regenton aansluiten op de regenpijp lukt meestal zonder grote verbouwing. Je zaagt een deel van de regenpijp weg en plaatst een vulautomaat die het regenwater naar de ton leidt. De belangrijkste aandachtspunten zijn de juiste hoogte, een stevige ondergrond en een goede regeling voor overtollig water.
Met een rustige voorbereiding voorkom je dat de ton scheef komt te staan, de aansluiting lekt of het water naast de ton terechtkomt. In dit artikel lees je stap voor stap hoe je de klus aanpakt en waar je in elk seizoen op let.
Kies eerst de beste plek voor de regenton
De regenton hoort zo dicht mogelijk bij een regenpijp te staan. Dat houdt de aansluiting kort en beperkt de kans op lekkage. Kijk niet alleen naar de afstand, maar ook naar de gevolgen van een volle ton.
Een goede plek voldoet aan deze punten:
- De ondergrond is stevig en vlak.
- De ton staat niet op een plek waar je er vaak langs moet lopen.
- Overtollig water kan veilig wegstromen.
- Je kunt de kraan gemakkelijk bereiken met een gieter of emmer.
- De regenpijp blijft bereikbaar voor onderhoud.
Zet een regenton liever niet rechtstreeks op losse aarde of een zachte grasrand. De ondergrond kan onder het gewicht van de ton verzakken. Daardoor komt de ton scheef te staan en kan de aansluiting onder spanning komen te staan.
Maak een stevige en vlakke ondergrond
Een gevulde regenton is zwaar. Daarom is een stabiele verhoging belangrijk. Je kunt bijvoorbeeld een speciaal voetstuk gebruiken of zelf een vlak plateau maken van stevige tegels. Controleer met een waterpas of de ondergrond niet duidelijk helt.
Een kleine helling richting de tuin is niet altijd een probleem, maar een scheve ton kan wel instabiel worden. Plaats de tegels zo dat ze volledig op een vaste laag liggen. Losse stenen die wiebelen geven na verloop van tijd problemen.
De verhoging heeft nog een praktisch voordeel. De kraan komt hoger te zitten, waardoor je gemakkelijker een gieter onder de kraan plaatst. Maak de verhoging niet hoger dan nodig. Een hoge, smalle ton kan sneller instabiel worden, vooral wanneer de ondergrond niet perfect vlak is.
Controleer de regenpijp en de aansluiting
Bekijk eerst hoe de regenpijp loopt en van welk materiaal deze is gemaakt. Een vulautomaat moet passen bij de vorm en maat van de pijp. Meet daarom de diameter voordat je materiaal koopt. Kijk ook of er al een bocht, koppeling of andere aansluiting op de plek zit waar je wilt werken.
De regenpijp moet voldoende ruimte hebben voor het plaatsen van de vulautomaat. Bij sommige systemen zaag je een recht deel van de pijp weg. Andere uitvoeringen worden op een andere manier gemonteerd. Volg daarom altijd de instructies van het gekozen systeem en forceer geen onderdelen die niet goed passen.
Controleer ook waar het water naartoe gaat als de ton vol is. Een vulautomaat kan het water terug naar de regenpijp leiden, maar dat verschilt per type. Als het water niet automatisch wordt afgevoerd, heb je een aparte overloop nodig.
Regenton aansluiten op regenpijp in stappen
Heb je de plek bepaald en de materialen klaargelegd, dan kun je beginnen. Werk rustig en controleer tussendoor steeds of alles recht zit.
1. Zet de ton op zijn definitieve plek
Plaats de ton eerst op de verhoging voordat je de regenpijp aanpast. Controleer of de kraan bereikbaar is en of het deksel goed open kan. Een regenton verschuiven nadat deze is aangesloten is lastig. Controleer daarom nu al of de afstand tot de regenpijp klopt.
2. Teken de juiste hoogte af
De vulautomaat moet aansluiten op de opening van de regenton. Houd rekening met het deksel en met de hoogte van de ton. Plaats de ton niet zo hoog dat de regenpijp onder spanning komt te staan.
Gebruik de handleiding van de vulautomaat om de zaaghoogte te bepalen. Meet liever twee keer voordat je zaagt. Een te laag uitgezaagd deel is moeilijk te herstellen zonder een extra stuk regenpijp of een nieuwe koppeling.
3. Zaag een deel van de regenpijp weg
Zaag het aangegeven stuk voorzichtig weg met geschikt handgereedschap. Zorg dat de snede zo recht mogelijk is. Verwijder daarna bramen en scherpe randjes. Die kunnen een rubberen ring beschadigen of ervoor zorgen dat een koppeling niet goed aansluit.
Ondersteun de regenpijp tijdens het zagen. Zo voorkom je dat het bovenste deel onverwacht verschuift. Bij een regenpijp die aan de gevel vastzit, is het verstandig om eerst te controleren of de bevestigingsbeugels nog stevig vastzitten.
4. Plaats de vulautomaat
Schuif de vulautomaat volgens de aanwijzingen tussen de bovenste en onderste delen van de regenpijp. Plaats eventuele afdichtingsringen zorgvuldig. Ze moeten vlak zitten en mogen niet dubbelgevouwen worden.
Draai koppelingen handvast aan en controleer of alle onderdelen recht staan. Te veel kracht kan kunststof beschadigen. Een goede aansluiting ontstaat vooral door een passende maat en een correct geplaatste afdichting, niet door hard aandraaien.
5. Verbind de automaat met de ton
Sluit de slang of verbindingsbuis aan tussen de vulautomaat en de opening van de regenton. Houd de verbinding zo kort en recht mogelijk. Een sterk geknikte slang kan de doorstroming beperken en blijft soms water vasthouden.
Controleer of de aansluiting op de ton stevig vastzit. De opening moet niet zo groot zijn dat regenwater langs de slang naar beneden loopt. Gebruik alleen afdichtingsmateriaal dat geschikt is voor dit type aansluiting en volg de montage-instructies.
6. Test met een kleine hoeveelheid water
Wacht niet tot de eerste flinke regenbui om de aansluiting te testen. Giet rustig wat water in het bovenste deel van de regenpijp of gebruik een tuinslang. Kijk bij de vulautomaat, de slang en de ton of er lekkage ontstaat.
Laat het water daarna verder stromen en controleer of het niveau in de ton stijgt. Kijk ook wat er gebeurt wanneer de ton bijna vol is. Het water moet dan via de bedoelde route weg kunnen. Zie je water langs de gevel of op een ongewenste plek lopen, stop dan en pas de aansluiting aan.
Voorkom wateroverlast bij een volle ton
Een regenton kan niet onbeperkt water opvangen. Bij een lange regenbui is de ton snel vol. De overloop moet daarom van tevoren geregeld zijn. Bij veel systemen stroomt het water terug naar de regenpijp zodra de ton vol is. Bij andere systemen loopt het water via een aparte slang weg.
Richt een overloop niet naar de gevel of naar een plek waar water onder een deur kan komen. Laat het water bij voorkeur naar een goed doorlatend deel van de tuin lopen. Houd voldoende afstand van de fundering en controleer na een regenbui of er geen plassen blijven staan.
Een overloopslang kun je vastzetten, zodat deze niet losschiet wanneer er veel water doorheen stroomt. Maak de route niet onnodig lang. Een korte afvoer is eenvoudiger te controleren en schoon te houden.
Houd vuil uit de regenton
Bladeren, takjes en ander vuil komen via het dak en de regenpijp mee. Een filter of bladvanger kan helpen om de aansluiting en de ton schoner te houden. Controleer het filter regelmatig, vooral in de herfst.
Een verstopt filter kan ervoor zorgen dat het water niet meer goed naar de ton stroomt. Soms loopt het dan langs de regenpijp of over de rand van een aansluiting. Maak het filter schoon voordat je problemen krijgt.
Houd de deksel van de regenton gesloten. Zo vallen er minder bladeren in en blijft de ton veiliger voor kleine kinderen en dieren. Controleer ook of de kraan goed dichtgaat en of de ton nergens beschadigd is.
Let op tijdens de winter
Water zet uit wanneer het bevriest. Een volle regenton kan daardoor beschadigen. Laat de ton daarom leeglopen voordat een langere vorstperiode begint. Sluit eventueel de verbinding met de regenpijp af volgens de aanwijzingen van het systeem.
Heeft de ton een aftapkraan, gebruik die dan om het water gecontroleerd weg te laten lopen. Bewaar losse onderdelen op een droge plek als de handleiding dat voorschrijft. Controleer na de winter of de ton, kraan en vulautomaat nog heel zijn voordat je het systeem weer gebruikt.
Veelgemaakte fouten bij het aansluiten
De meeste problemen ontstaan niet door de ton zelf, maar door een verkeerde voorbereiding. Let daarom vooral op deze veelgemaakte fouten:
- De ton staat op een zachte ondergrond. Daardoor kan hij verzakken en scheef trekken.
- De zaaghoogte is niet goed gemeten. De slang komt dan te hoog, te laag of onder spanning te zitten.
- De overloop is vergeten. Een volle ton kan water tegen de gevel of op een verkeerde plek afvoeren.
- De afdichting zit dubbel. Hierdoor ontstaat lekkage bij de vulautomaat of de aansluiting op de ton.
- De verbinding is te strak gemonteerd. Kunststof onderdelen kunnen beschadigen wanneer je ze met veel kracht aandraait.
- De ton staat te dicht bij een doorgang. De kraan of het deksel wordt dan lastig bereikbaar.
Wanneer kun je beter hulp inschakelen
Een eenvoudige regenpijp met een recht verloop kun je vaak zelf aanpassen. Schakel hulp in als de regenpijp moeilijk bereikbaar is, de gevelbevestiging loszit of je niet zeker weet hoe het water wordt afgevoerd. Dat geldt ook wanneer de regenpijp onderdeel is van een ingewikkelder afvoersysteem.
Werk veilig vanaf de grond wanneer dat kan. Gebruik geen wankele opstap om bij een hoge aansluiting te komen. Bij twijfel is het beter om de klus uit te stellen dan een regenpijp of gevel te beschadigen.
Maak van regenwater een praktisch hulpmiddel
Een goed aangesloten regenton vraagt weinig aandacht. Controleer de verbinding na de eerste buien, houd filters schoon en maak de ton voor de winter leeg als vorst wordt verwacht. Zo blijft het systeem bruikbaar zonder dat je telkens met lekkage of wateroverlast te maken krijgt.
Gebruik het opgevangen water wanneer het jou uitkomt voor planten en andere klussen in de tuin. Wil je meer weten over tuinonderhoud tijdens een periode waarin je niet thuis bent, lees dan ook hoe je de tuin water geeft tijdens vakantie zonder hulp van buren.





